Schenkbelasting Nederland / Bieb / Wetteksten

Successiewet artikelen 26–28: samentelling schenkingen

De wet maakt onderscheid tussen partners die voor de berekening als één persoon gelden, schenkingen in hetzelfde kalenderjaar en schenkingen door ouders aan een kind.

De volledige wettekst

Successiewet 1956, tekst geldend op 30 oktober 2026. De onderstaande drie artikelen vormen samen de kern van de samentelling bij schenkbelasting.

Artikel 26

  1. Partners worden voor de berekening van de schenkbelasting als één en dezelfde persoon aangemerkt. De schenkbelasting wordt alsdan berekend naar de naaste verwantschap tussen de schenker of diens partner en de begiftigde of diens partner.
  2. Indien schenkingen worden gedaan binnen een jaar vóór het huwelijk van de schenkers of van de begiftigden, wordt het huwelijk geacht reeds ten tijde van die schenkingen te hebben bestaan.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing op schenkingen van een partner aan zijn partner.

Artikel 27

De gedurende een kalenderjaar door dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde gedane schenkingen worden aangemerkt als deel uitmakend van één schenking ten belope van het gezamenlijke bedrag.

Artikel 28

Schenkingen, door ouders tezamen of afzonderlijk gedurende een kalenderjaar aan een kind gedaan, worden aangemerkt als één schenking ten belope van het gezamenlijk bedrag.

Bron: officiële tekst op wetten.overheid.nl. Controleer bij een latere schenking opnieuw welke versie van de wet geldt.

Lees verder

Uitleg: wanneer tellen schenkingen samen?Praktijkartikel: wie is de schenker uit een huwelijksgemeenschap?Volledig kennisgroepstandpunt over de handelende echtgenoot