Schenkbelasting Nederland / Bieb / Wetteksten

Wetteksten bij schenking onder opschortende voorwaarde

De wet bepaalt wat een opschortende voorwaarde is en wanneer de schenking fiscaal tot stand komt. De aangehaalde bepalingen staan hieronder bij elkaar.

Letterlijke tekst van de genoemde bepalingen

Hieronder staan de volledige teksten van de genoemde artikelen of leden, zoals gecontroleerd op 31 oktober 2026. Bij de Successiewet zijn alleen de voor dit onderwerp aangehaalde leden opgenomen; de overige leden van die artikelen staan hier niet. Een oudere schenking vraagt om controle van de toen geldende versie.

Burgerlijk Wetboek 6:21

Een verbintenis is voorwaardelijk, wanneer bij rechtshandeling haar werking van een toekomstige onzekere gebeurtenis afhankelijk is gesteld.

Burgerlijk Wetboek 6:22

Een opschortende voorwaarde doet de werking der verbintenis eerst met het plaatsvinden der gebeurtenis aanvangen; een ontbindende voorwaarde doet de verbintenis met het plaatsvinden der gebeurtenis vervallen.

Successiewet 1956, artikel 1, negende lid

Een gift onder opschortende voorwaarde wordt voor de toepassing van deze wet geacht tot stand te komen op het moment dat de voorwaarde wordt vervuld.

Successiewet 1956, artikel 11, derde lid

Al wat is schuldig erkend of kwijtgescholden onder voorwaarde van overleving van degene aan wie is schuldig erkend of kwijtgescholden, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen.

Successiewet 1956, artikel 12, eerste lid

Al wat binnen 180 dagen aan het overlijden voorafgegaan is geschonken door een erflater, die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen. Al wat wordt verkregen krachtens een schenking die tot stand is gekomen na het overlijden van de schenker, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen.

Successiewet 1956, artikel 12, derde lid

Het in het eerste lid, eerste zin, bepaalde is niet toepasselijk op schenkingen:

  1. als bedoeld in artikel 33, onderdelen 1°, 2°, 3°, 8°, 9°, 11° en 12° en, voor zover het een schenking betreft waarvoor de verhoogde vrijstelling geldt, 5°;
  2. waarvan de schenkbelasting is kwijtgescholden op grond van artikel 67.

Successiewet 1956, artikel 53, eerste lid

Behalve in de gevallen bij deze wet voorzien, wordt vermindering van de aanslag of de conserverende aanslag verleend, indien en voorzover ten gevolge van een beroep op de legitieme portie, van de vervulling van een voorwaarde, van de uitoefening van een op de wet berustend terugvorderingsrecht, van de toepassing van artikel 33 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek of van de uitoefening van een wilsrecht, voortspruitende uit ten sterfdage of ten tijde van de verkrijging reeds bestaande of ontstane rechtsverhoudingen, anders dan door opvolging krachtens een voorwaarde als bedoeld in artikel 21, tweede lid, wijziging wordt gebracht in de persoon van de verkrijger of in het verkregene. De eerste volzin is niet van toepassing bij de uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19, 20, 21en 22 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Burgerlijk Wetboek 7:177

  1. Voor zover een schenking de strekking heeft dat zij pas na het overlijden van de schenker zal worden uitgevoerd, en zij niet reeds tijdens het leven van de schenker is uitgevoerd, vervalt zij met het overlijden van de schenker, tenzij de schenking door de schenker persoonlijk is aangegaan en van de schenking een notariële akte is opgemaakt. Voor zover de schenking betrekking heeft op kleren, lijfstoebehoren, bepaalde lijfsieraden, bepaalde tot de inboedel behorende zaken en bepaalde boeken, kan worden volstaan met een door de schenker geheel met de hand geschreven, gedagtekende en ondertekende onderhandse akte.
  2. Indien een bevoegdheid is bedongen tot herroeping van een schenkingsovereenkomst als bedoeld in lid 1, kan deze herroeping behalve bij een tot de begiftigde gerichte verklaring ook bij een uiterste wilsbeschikking van de schenker zonder mededeling aan de begiftigde geschieden.

Bron: Nederlandse Wettenbank, actuele tekst geraadpleegd op 31 oktober 2026. De tekst hierboven is letterlijk overgenomen; inspringing en nummering zijn voor leesbaarheid aangepast.

Lees verder

Praktijkartikel over schenking onder opschortende voorwaardeUitleg van het verschil tussen voorwaarde en lastKennisgroepstandpunt over de voorwaardelijke last